Blije Binnenste

De leeuw wil brullen – Handleiding bij het voorlezen

Handleiding De leeuw wil brullen

 De leeuw wil brullen is een kleurrijk prentenboek waarin veel gebeurt en heeft minder behoefte aan een uitgebreide handleiding zoals Lucy heeft een ballon. En toch kan het verrijkend werken om een handleiding te gebruiken, ook bij dit boek. Al is het maar om het boek eens op een andere manier te lezen. Met behulp van kindercoaches hebben we vragen bedacht die tijdens het voorlezen van dit boek aan het kind gesteld kunnen worden om een gesprek op gang te brengen die de emotionele ontwikkeling kan ondersteunen.

Het doel van de vragen bij dit boek, is het kind bekend te maken met de vier basisemoties Blij, Boos, Bang en Bedroefd. Door hierover te praten leert het kind niet alleen de emotie te herkennen en te benoemen,maar leert het ook nieuwe woorden die gerelateerd zijn aan deze gevoelens. Juist het leren onder woorden brengen van een gevoel is wat het doel is van de boeken van Blije Binnenste.

Gebruik in gesprek met het kind altijd woorden die net iets boven zijn of haar niveau liggen. Begrijpt een kind bijvoorbeeld al wat “bang” en “huilen” is, maar nog niet wat “geschrokken” betekent, gebruik dan juist deze drie woorden in dezelfde context. Zegt het kind: “De aap is bang.” zeg dan: “Ja, ik denk dat de aap geschrokken is.” Hiermee breid je de woordenschat van het kind uit.

Voordat je begint met voorlezen, bekijk dan samen eerst de kaft en vraag het kind wat het ziet. Vraag aan het kind waarover hij of zij denkt dat het boek zal gaan. Vertel daarna pas de titel van het boek. Als het kind al heeft verteld dat het een brullende leeuw ziet en dan bevestiging krijgt dat die gedachtegang juist is omdat de titel over een leeuw die wil brullen gaat, dan versterkt dit het zelfvertrouwen van het kind in het maken van eigen conclusies. Zo is meteen de drempel al lager gemaakt om tijdens het lezen van het boek vragen te stellen aan het kind over wat het ziet en wat het kind daarbij denkt. Niet alle kinderen durven bij een nieuw boek hun gedachten hardop uit te spreken, omdat ze onzeker zijn of wat ze zeggen wel juist is. Kinderen zeggen vaak wat ze denken dat de ouder van ze wil horen. We willen het kind juist leren dat alles gezegd kan worden en dat niets goed of fout is. We willen immers stimuleren dat het kind zich durft te uiten.  

Hieronder de vragen die gebruikt kunnen worden in chronologische volgorde, zodat ze tijdens het voorlezen naast het boek gelegd kunnen worden als handvat voor de voorlezer.

 

Kaft

Wat zie je?

Waar denk je dat dit boek over zal gaan?

Hoe denk je dat de leeuw zich voelt?

Waarom denk je dat de leeuw zich blij voelt?

 

pagina 1 en 2 (apen in boom)

Lees de tekst

Wat zie je hier?

Wat zijn de apen aan het doen?

Hoe denk je dat de apen zich voelen?

Hoe denk je dat de leeuw zich voelt?

Hoe zie je dat?

 

pagina 3 en 4 (leeuw brult)

Brul heel hard

Hoe reageert het kind? Als het kind het boek al kent, laat het dan zelf iedere keer hard brullen.

Lees de tekst

Hoe kijken de apen?

Denk je dat ze het leuk vinden dat dat leeuw opeens zo hard brult?

 

pagina 5 en 6 (apen springen weg)

Wat doen de apen nu?

Hoe denk je dat ze zich voelen?

Hoe komt dat?

Hoe reageert de leeuw? Kan je de leeuw nadoen?

 

pagina 7 en 8 (brult bij hyena’s)

Lees de tekst en brul zelf heel hard of geef aan wanneer het kind mag brullen

Hoe kijken de hyena’s?

 

pagina 9 en 10 (hyena’s lachen)

Wat doen de hyena’s nu?

Hoe reageert de leeuw?

Hoe voelt de leeuw zich nu denk je?

Waar zie je dat aan?

Kun jij de leeuw nadoen (lichaamstaal leren begrijpen bij uiten van emoties)

Kun jij de hyena’s nadoen?

Vind jij het leuk als iemand je hard uitlacht?

Hoe voel je je dan?

 

pagina 11 en 12 (brult bij krokodil)

Drie maal scheepsrecht. Er wordt weer hard gebruld samen

Hoe reageert de krokodil?

Vindt hij het leuk dat de leeuw zo hard brult?

Hoe zie je dat?

Kan jij de krokodil nadoen?

 

pagina 13 en 14 (krokodil huilt)

Hoe voelt de krokodil zich?

Hoe kun je dit zien?

Hoe komt dat denk je?

 

pagina 15 en 16 (olifant komt eraan)

Wat zie je nu?

Hoe voelt de olifant zich?

Waaraan zie je dat?

 

pagina 17 en 18 (olifant tettert)

Wat doet de olifant nu?

Wat gebeurt er met de leeuw?

Hoe zal de leeuw zich nu voelen?

Hoe zou jij je voelen?

 

pagina 19 en 20 (olifant loopt weg)

Wat zie je nu?

Lees de tekst voor

Begrijp je waarom de leeuw zich verdrietig voelt? Hoe komt dat dan?

Hoe zou jij je voelen?

Hoe vind je dat de dieren reageerden op de leeuw.

Hoe zou jij reageren tegen de leeuw?

 

pagina 21 en 22 (giraffe troost leeuw)

Wat zie je nu?

Lees de tekst voor

Hoe komt het dat de andere dieren denken dat de leeuw boos is?

Is de leeuw dan niet boos?

Wil jij ook wel eens hard brullen?

Reageren andere mensen dan ook wel eens boos of bedroefd of bang of blij?

 

pagina 23 en 24 (dieren komen samen)

Wat zie je nu?

Lees de tekst voor

 

pagina 25 en 26 (iedereen brult)

Lees de tekst en doe samen allerlei brulgeluiden na.

(Het is de bedoeling dat je echt samen brult en je je kind niet laat inhouden. Dit boek gaat immers om de ruimte te krijgen om je te mogen uiten)

 

pagina 27 en 28 (iedereen lacht)

Wat doen de dieren nu?

Lees de tekst

Iedereen moet lachen. Hoe komt dat?

(Leg desnoods uit wat “opgelucht” betekent)

 

Als je de ruimte hebt gekregen om even hard te mogen brullen is de kans groot dat je je ook daadwerkelijk opgelucht en opgeruimder voelt.