Blije Binnenste

Lucy heeft een ballon – Handleiding bij het voorlezen

Juist doordat Lucy heeft een ballon zo weinig voorleestekst heeft, is het boek goed te gebruiken voor de ouders om zelf vragen te bedenken. Met behulp van kindercoaches hebben we vragen bedacht die tijdens het voorlezen van dit boek aan het kind gesteld kunnen worden om een gesprek op gang te brengen die de emotionele ontwikkeling kan ondersteunen.

Het doel van de vragen bij dit boek, is het kind bekend te maken met de emoties Blij en Bedroefd. Door hierover te praten leert het kind niet alleen de emotie te herkennen en te benoemen,maar ook nieuwe woorden die gerelateerd zijn aan deze gevoelens. Juist het leren onder woorden brengen van een gevoel is wat het doel is van de boeken van Blije Binnenste.

Gebruik in gesprek met het kind altijd woorden die net iets boven zijn of haar niveau liggen. Begrijpt een kind bijvoorbeeld al wat “blij” en “gelukkig” is, maar nog niet wat “tevreden” betekent, gebruik dan juist deze drie woorden in dezelfde context. Zegt het kind: “Lucy is blij.” zeg dan: “Ja, ik denk ook dat Lucy tevreden is.” Hiermee breid je de woordenschat van het kind uit.

Voordat je begint met voorlezen, bekijk dan samen eerst de kaft en vraag het kind wat het ziet. Vraag aan het kind waarover hij of zij denkt dat het boek zal gaan. Vertel daarna pas de titel van het boek. Als het kind al heeft verteld dat het een meisje met een ballon ziet en dan de bevestiging krijgt dat die gedachtegang juist is omdat de titel over een meisje met een ballon gaat, dan versterkt dit het zelfvertrouwen van het kind in het maken van eigen conclusies. Zo is meteen de drempel al lager gemaakt om tijdens het lezen van het boek vragen te stellen aan het kind over wat het ziet en wat het kind daarbij denkt. Niet alle kinderen durven bij een nieuw boek hun gedachten hardop uit te spreken. Het kan zijn dat ze onzeker zijn of wat ze zeggen wel juist is. Kinderen zeggen vaak wat ze denken dat de ouder van hen wil horen. We willen het kind juist leren dat alles gezegd mag worden en dat niets goed of fout is. In dit boek is immers genoeg ruimte voor de fantasie.

Hieronder de vragen die gebruikt kunnen worden in chronologische volgorde, zodat ze tijdens het voorlezen naast het boek gelegd kunnen worden als handvat voor de voorlezer.

 

Kaft

Kijk eens welk boek ik meegenomen heb. Wat zie je allemaal?

Waar denk jij dat het boek over zou kunnen gaan?

Lees dan de titel voor.

Het gaat inderdaad over een meisje/kindje met een ballon. Dat meisje heet Lucy.

 

1e bladzijde (Lucy)

Kijk, daar staat dat meisje weer met de ballon. Weet jij wat voor kleur de ballon heeft?

Lees dan pas de tekst voor die op de pagina staat.

 

2e bladzijde (Lucy)

Daar staat Lucy nog steeds. Ze ziet er blij uit. Hoe kun je dit zien?

Waarom denk je dat Lucy blij is?

Heb jij ook wel eens een ballon gehad?

Hoe voelde je je toen?

(Geef het kind de ruimte om te vertellen over zijn of haar ervaringen met een ballon. Zo kunnen ze begrijpen hoe Lucy zich voelt. Misschien komt er wel een verhaal over een geknapte ballon en moest het kind huilen. Het maakt niets uit als het voorlezen een andere wending neemt dan je had verwacht. Grijp de gelegenheid aan om dieper in te gaan op de gevoelens waar het kind over verteld. Misschien gaat het wel over boosheid, verdriet, teleurstelling of frustratie. Weer een nieuw woord geleerd die te koppelen is aan de gevoelsbeleving.)

 

3e bladzijde (een moeder)

O, nou komt er iemand langs. Die zegt “Hallo” tegen Lucy. Wie denk jij dat deze mevrouw is?

Lees dan de tekstballon voor. De mevrouw vind de ballon mooi. Lucy vindt hem ook heel mooi. Ze is er erg tevreden mee.

 

4e bladzijde (Lucy)

Daar is Lucy weer. Ze staat alleen. De mevrouw is zeker weer doorgelopen.

(Misschien komt er nu een heel verhaal over een mevrouw die boodschappen gaat doen of naar huis gaat met de baby. Misschien komt er wel helemaal niets. Maakt allemaal niet uit. We gaan niets forceren.)

 

5e bladzijde (ijscoman)

Kijk, daar komt weer iemand langs. Wie is dat denk je?

Dat lijkt me ook wel heel lekker, een ijsje. Wordt jij daar ook blij van, van ijsjes?

 

6e bladzijde (Lucy)

Wacht even met de tekst voorlezen en wacht op de reactie van het kind.

Heeft Lucy een ijsje in haar handen? Waarom niet denk je?

Lees de tekst voor.

Lucy hoeft helemaal geen ijsje. Wilde jij wel een ijsje? Maar Lucy niet, hoor. Die is tevreden met haar ballon. Ze hoeft verder niets. Lucy is zó blij met haar ballon dat ze geen ijsje hoeft.

(Dit gedeelte gaat over het vervullen van behoeftes en leren begrijpen dat je soms met één ding gelukkig kan zijn)

 

7e bladzijde (jongen)

Zeg niets en wacht op de inbreng van het kind. Hoe reageert het kind op het plaatje van het wijzende jongetje. Is het duidelijk wat er gebeurt?

Lees nu de tekst in de ballon voor. Begrijpt het kind nu dat Lucy wordt uitgelachen?

Wat vindt de jongen van de ballon?

Vertel dat het niet zo aardig is wat de jongen doet.

Wat vind jij daarvan dat hij zo doet?

Wat denk je dat Lucy ervan vindt?

Hoe reageert Lucy? Kun je dat aan haar gezicht zien?

Dus Lucy vindt het niet vervelend dat hij zo doet?

Hoe kan dat denk je?

 

8e bladzijde (Lucy)

Daar staat Lucy weer alleen. De jongen is doorgelopen.

Hoe ziet Lucy eruit? Hoe komt dat denk je?

Hoe komt het denk je dat Lucy niet hoeft te huilen? zich niet verdrietig voelt?

(Gebruik weer woorden als tevreden, blij, gelukkig)

Als je goed in je vel zit dan geeft het niet als een ander je pest.

 

9e bladzijde (oma)

Wie loopt daar nu voorbij?

Zegt ze wat?

Zegt Lucy wat?

Waarom niet denk je?

Misschien heeft Lucy geen zin om te praten. Ze staat daar blij te wezen.

 

10e bladzijde (Lucy)

O, wie is daar weer?

Lees de tekstballon voor

Zegt Lucy iets terug?

Hoe voelt Lucy zich, denk je?

 

11e bladzijde (jongen valt)

O, wat gebeurt er nu?

De jongen struikelt. Hij valt.

Wat zie je aan het gezicht van de jongen? Is hij geschrokken?

 

12e bladzijde (jongen heeft pijn)

Wat zie je?

Wat is er gebeurd?

Hoe reageert Lucy?

 

13e bladzijde (Lucy geeft ballon)

Wat doet Lucy nu?

Waarom doet ze dat denk je?

Hoe reageert de jongen?

(gebruik woorden als verbaasd, verrast)

Waarom reageert de jongen zo verbaasd denk je?

Zou jij hetzelfde hebben gedaan als Lucy?

 

14e bladzijde (jongen zegt dank je)

Hoe reageert de jongen?

Lees de tekst voor

Leg uit wat dankbaarheid betekent (als het kind daar oud genoeg voor is)

 

15e bladzijde (jongen met ballon)

Wie staat daar?

Hij heeft nu de ballon.

Hoe voelt de jongen zich nu, denk je?

Hoe komt dat?

 

Deze handleiding is mede mogelijk gemaakt door Caro Kindercoach & begeleiding www.carokindercoach.nl